|
 |
|
In de vierde week van juni behandelt de
Tweede Kamer de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Een
van de onderwerpen die daar waarschijnlijk niet op de agenda
staat is recidive. Als het aan de wetgever ligt, mogen
gemeenten schuldenaren die meerdere keren bij de gemeente om
hulp hebben gevraagd, de toegang tot de schuldhulpverlening
weigeren. Ik be-grijp de overwegingen, maar de conclusie dat
de gemeente mensen mag uitsluiten is te kort door de bocht.
Het uitsluiten van recidivisten is een korte termijn
oplossing. Een van de doelen die
de wetgever met de nieuwe wet beoogd is om participatie te
bevorderen. Schulden vormen immers een belangrijke
belemmering voor mensen om mee te doen. En dat zijn ze niet
alleen als mensen voor het eerst in de schulden terecht
komen, maar ook als het een tweede of derde keer gebeurt.
Zodra de deurwaarders maar vaak genoeg aan de deur komen,
vormen schulden voor de meeste mensen een belemmering om mee
te doen. Ik begrijp en onderschrijf de overwegingen om
mensen die eerder gebruik maakten van schuldhulpverlening
niet (zonder meer) opnieuw in behandeling te nemen, maar
vindt het een gemiste kans dat de wet niet voorziet in een
alternatief aanbod voor recidivisten.
Neveneffecten
Het ontbreekt ons in de schuldhulpverlening vooralsnog aan
gedegen onderzoek naar de maatschappelijke kosten van de
neveneffecten van problematische schuldsituaties. Met
neveneffecten denk ik dan aan huisuitzettingen,
onverzeker-baarheid tegen (aanvullende) ziektekosten,
afsluitingen en het gebruik van andere hulpverlening voor
problemen die ontstaan door de stress over schulden. Naar
mijn overtuiging kosten deze neveneffecten een veelvoud van
een passend aanbod voor schuldenaren die recidiveren.
Op de enkele schrijnende gevallen na waar
iemand echt meerdere keren grote pech in het leven heeft,
duidt recidive doorgaans op een gebrek aan (financiële)
vaardigheden. Zowel in het voorliggende wetsvoorstel als in
de opstelling van diverse gemeenten zie je de overweging:
eigen schuld, dikke bult! Je hebt zelf opnieuw schulden
gemaakt, dus wij helpen je niet meer. Zowel de wetgever als
de betreffende gemeente gaan bij deze redenering voorbij aan
het gegeven dat recidive niet alleen vervelend is voor de
schuldenaar (en vooral de crediteuren) in kwestie, maar dat
een nieuwe |
|
|
|
|
problematische schuldsituatie wederom tot
(flinke) maat-schappelijke kosten leidt. Want een
huisuitzetting kost de gemeente echt niet minder als die
plaatsvindt bij een recidivist!
Langdurige bemoeienis
Als we aannemen dat recidive duidt op een gebrek aan
vaar-digheden, dan zou het antwoord niet moeten zijn: ‘eigen
schuld, dikke bult, we sluiten je uit' maar ‘een
schuldregeling is voor jou blijkbaar geen oplossing, we
bieden je andere meer passende ondersteuning aan'. En bij
recidivisten zal dat vaak langdurige bemoeienis met hun
uitgaven zijn die varieert van curatele, beschermingsbewind
of inkomens-beheer. Daarbij moeten we uitzoeken op welke
manier we de schuldenaren in kwestie nog ander gedrag kunnen
aan-leren (en onder ogen zien dat er ook een groep zal zijn
die het nooit leert). Het garanderen van de betalingen van
de huur, energie en zorgpremie zouden hier het minimale doel
moeten zijn.
Veel mensen in het veld van de
schuldhulpverlening zullen de voorgaande alinea
onderschrijven. Maar toch is de stap naar langdurige
bemoeienis met inkomsten en uitgaven van een flinke groep
burgers in veel gemeenten te groot. Naast de norm dat mensen
zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven, spelen
kosten daar een belangrijke rol. Inkomensbeheer of
beschermingsbewind kosten als snel 70 euro per maand en wie
gaat dat betalen? Als je rond moet komen van een
minimuminkomen, dan is 70 euro heel veel geld. En veel
gemeenten zien in deze tijd van crisis met lede ogen aan dat
de kosten van het inkomensbeheer maar blij-ven stijgen en
stijgen. Een nog grotere groep langdurig in beheer nemen of
onder bewind brengen, is in tijden van bezuinigingen niet te
financieren.
Belonen
En toch ligt hier het antwoord. Wat we op dit (en tal van
andere beleidsterreinen) verkeerd doen is dat we degenen die
kosten voor anderen besparen daar niet voor belonen. Als
gemeenten recidivisten wel in behandeling nemen en daardoor
andere organisaties en andere delen van de eigen organisatie
voor grote uitgaven behoeden, worden ze daar financieel
niets wijzer van. De wetgever moet gemeenten niet de ruimte
geven om de deur dicht te doen voor recidivisten, maar op
zoek naar de financiële verdeelsleutel waarmee zij gemeenten
financieel gaan belonen als zij door een passend aanbod voor
recidivisten veel grotere kosten voorkomen! |
|
 |
|